protocol voor stuitbevallingen veranderd langzaam

Het uitwendig draaien van een baby in stuitligging (ook wel uitwendige versie genoemd) zorgt voor een forse daling van het aantal keizersnedes. Dit blijkt uit recent wetenschappelijk onderzoek gehouden onder 2318 gezonde zwangeren die een uitwendige versie kregen.

Normaal gesproken betekent een kind in stuitligging in 80% van de gevallen een keizersnede: een operatie met meer risico’s voor moeder en kind, ook in de volgende zwangerschap. Het uitwendig draaien naar een hoofdligging kan daarom voorkomen dat – bij een gezonde zwangere – medische interventies nodig zijn zoals een keizersnede.

Meer normale bevallingen

Dit onderzoek toont aan dat 49% van de baby’s succesvol draaien en dat het draaien amper complicaties geeft voor moeder en kind. Van deze succesvolle versies is 90% van de kinderen via een vaginale bevalling geboren. Van de versies die niet succesvol zijn verlopen, werd 77% met een keizersnede geboren. Uiteindelijk is meer dan de helft (57% ) van de 2318 vrouwen normaal bevallen.

In Nederland liggen per jaar meer dan 8000 kinderen in een stuit na 36 weken zwangerschap. De afgelopen jaren hebben in ons land steeds meer aanstaande moeders gekozen voor een uitwendige versie. Met als resultaat dat het percentage kinderen dat in een stuit ligt bij de geboorte al is verminderd van 4.6% naar 3.6 %.Uit deze studie blijkt dat door vrouwen goed te informeren en zorgverleners te trainen in uitwendige versies er nog veel winst te behalen valt. Meer vrouwen kiezen dan voor een versie en meer verloskundigen passen deze techniek toe